Nieuwsbericht | april 2026
Werkgevers die werknemers belonen met voetbalkaartjes, concertbezoeken of andere uitjes, moeten rekening houden met fiscale gevolgen. Zulke voordelen worden door de Belastingdienst al snel gezien als loon in natura, waarover loonheffingen verschuldigd zijn.
Recreatief voordeel
Het uitgangspunt is dat het bij sport- en entertainmentkaartjes meestal gaat om ontspanning en privéplezier. Dat geldt ook als de verstrekking goed bedoeld is, bijvoorbeeld als blijk van waardering of om medewerkers te motiveren. In dat geval wordt het voordeel aangemerkt als loon, met bijbehorende belastingverplichtingen voor de werkgever.
Niet automatisch zakelijk
Ook wanneer kaartjes worden verstrekt met het idee dat werknemers klanten kunnen meenemen of nieuwe contacten kunnen leggen, is dat niet vanzelfsprekend voldoende om het voordeel als zakelijk aan te merken. Alleen een algemene verwijzing naar relatiebeheer of acquisitie is doorgaans onvoldoende. De Belastingdienst verwacht dat werkgevers concreet kunnen laten zien dat het voordeel functioneel is voor het werk.
Risico’s bij gebrek aan vastlegging
In de praktijk gaat het vaak mis als:
- niet wordt vastgelegd wie de kaartjes gebruikt;
- niet duidelijk is of er klanten of prospects aanwezig zijn;
- werknemers vrij kunnen beslissen hoe zij de kaartjes gebruiken.
In zulke situaties kan de waarde van de kaartjes alsnog als loon worden belast, met naheffingen en mogelijk boetes tot gevolg.
Wat kunnen werkgevers doen?
Werkgevers doen er verstandig aan om vooraf na te denken over het doel van dit soort beloningen en dit ook vast te leggen. Is sprake van privégebruik of ontspanning, dan hoort dit fiscaal bij het loon of moet het binnen de werkkostenregeling worden verwerkt.
Conclusie: leuke extra’s zijn niet altijd fiscaal onschuldig. Wie verrassingen wil voorkomen, moet sport- en uitgaanskaartjes niet alleen royaal uitdelen, maar vooral ook zorgvuldig administreren.